“De eigenaar was Nederlands, de chef was Nederlands, de apotheek was Nederlands, de slager was Nederlands… het leek wel een aflevering van Black Mirror.” Met die woorden beschreef zanger Joe Jonas (bekend van de Jonas Brothers) zijn vakantie aan de Costa Blanca. Volgens hem was hij zó veel Nederlanders tegengekomen dat het voelde alsof hij helemaal niet meer in Spanje was.
Een opvallende uitspraak, maar is die ook terecht?
Een kern van waarheid…
Laten we beginnen met de feiten.
De regio Jávea en de Marina Alta is al tientallen jaren populair bij Nederlanders, Belgen, Britten en Duitsers. In sommige wijken wonen veel buitenlandse inwoners en je hoort op straat regelmatig Nederlands, Engels of Duits.
Dat is geen geheim en ook geen nieuw fenomeen.
Sterker nog, veel ondernemers spelen daar bewust op in met meertalige websites of personeel dat meerdere talen spreekt.
…maar Joe Jonas overdrijft
Waar wij moeite mee hebben, is de suggestie dat Spanje daardoor zijn identiteit zou verliezen.
Joe Jonas vertelde dat zelfs de eigenaar van zijn vakantiewoning, de chef, de apotheek en de slager Nederlands waren. Dat zou hem “uit de Spaanse ervaring halen”.
Dat klinkt spectaculair, maar voor wie de regio kent, is het een erg eenzijdig beeld.
In Jávea zijn er gewoon Spaanse supermarkten, Spaanse bakkers, Spaanse slagers, Spaanse apotheken en talloze lokale familiebedrijven. Natuurlijk zijn er ook ondernemers uit Nederland of andere landen, maar om te zeggen dat “iedereen Nederlands is”, doet geen recht aan de werkelijkheid.
Toerisme werkt twee kanten op
Misschien is het goed om de vergelijking eens om te draaien.
Wie in de zomer naar Zandvoort, Renesse of delen van Zeeland gaat, hoort overal Duits. In sommige winkels wordt zelfs standaard Duits gesproken. Toch zal niemand serieus beweren dat Nederland daardoor geen Nederland meer is. Of als je in de regio Veneto vlakbij Venetie op een camping staat word je in de winkels ook in het Duits aangsproken, dat betekent niet dat meteen heel Italië Duits is geworden.
Hetzelfde geldt voor de Costa Blanca.
Internationale bewoners maken inmiddels onderdeel uit van de regio. Ze dragen bij aan de lokale economie, kopen huizen, eten in Spaanse restaurants, huren Spaanse vakmensen in en betalen belastingen. Dat verandert niets aan het feit dat Jávea nog altijd een Spaanse kustplaats is, met haar eigen cultuur, feesten, gastronomie en tradities.
De kracht van de Marina Alta
Juist dát maakt de Marina Alta bijzonder.
Je kunt 's morgens een café con leche drinken op een Spaans dorpsplein, 's middags boodschappen doen bij een Nederlandse speciaalzaak als je daar behoefte aan hebt en 's avonds tapas eten tijdens een lokaal feest.
Die mix van culturen is voor veel mensen juist de aantrekkingskracht van de regio.
Een vakantie is ook afhankelijk van waar je kijkt
Het is bovendien goed mogelijk dat Joe Jonas toevallig in een omgeving verbleef waar relatief veel Nederlanders wonen. Dat zegt echter weinig over de hele Marina Alta of de Costa Blanca.
Een paar persoonlijke ervaringen zijn geen representatief beeld van een complete regio.
Onze conclusie
Joe Jonas heeft ongetwijfeld een leuke vakantie gehad en zijn observatie was oprecht. Maar de conclusie dat Spanje voelde alsof het “vol Nederlanders” zat, vinden wij een duidelijke overdrijving.
De Costa Blanca is internationaal, zonder twijfel. Maar wie beweert dat de Spaanse identiteit daardoor verdwenen is, kijkt naar onze mening niet verder dan zijn eigen vakantieadres.
Wat vind jij? Woon jij in de Marina Alta en herken je de uitspraak van Joe Jonas, of vind je – net als wij – dat hij de situatie flink overdreven heeft? Laat het weten in de reacties.


